Vervelen
Maandag, 28 November '05 - 23:07.
M. kwam vanavond terug thuis van bij S. Ze vond het zondag maar vervelend bij papa. Vanavond draaide ze rond op haar bureaustoel en zong ze stilletjes en heel opvallend: Ik verve... Ja, mama, wat wil ik zingen? Ik verve... Verveel je je? Ja, mama. Dikke glimlach, uitdagende kijkers op mij gericht. Daarna begon ze aan twee brieven, ene voor de Sint (waarop de Post zal antwoorden), en ene voor haar nicht E. Merkwaardig genoeg offerde ze voor deze brieven twee dierbare Diddl-blaadjes op (en ik twee enveloppes).
Ze mocht mijn oude school Parker pen gebruiken. Die gebruik ik al vijftien jaar niet meer, maar ik vond gek genoeg meteen inktvullingen. Uiteindelijk vond ik drie werkloze pennen terug: mijn Parker, een Platignum en zo een goud/zwarte met Katholieke Universiteit Leuven in krullenletters (vreemde vondsten deed ik in mijn kasten). Als studentje schreef ik er mee naar mijn vrienden die ik gedurende de week achterliet in West-Vlaanderen en slechts in het weekend terugzag (toen bestond de GSM nog niet!), en ook schreef ik naar collega-studenten in Gent. Zelfs naar mijn ouders en broer W., die in Oostende studeerde. Leuk was dat. De gekste onzin schreef ik. Net als traag verzonden en heel uitgebreide sms'jes van een tiener: spontane niemandalletjes waardoor mensen van je houden.
De brieven van M. gaan morgen op de bus, zullen misschien woensdag al arriveren, en ten vroegste vrijdag mogen we dus een antwoord van de Sint of nicht E. verwachten. M. weet dus waarnaar uitkijken. Wat is zich vervelen leuk in deze periode.



